• Voetbal in Wanroij

    Na het einde van de eerste wereldoorlog in 1918 toen de gemobiliseerde jongens weer thuis waren gekomen, veerde het maatschappelijk leven weer op. 
    In veel dorpen werden voetbalclubs opgericht. Zo ook in Wanroij. Er werd door enkele sportlui rondgegaan om donateurs te werven. Er moesten immers goalpalen en ballen aangeschaft worden. Mulders Willem werd uitverkoren om de shirts te leveren (gratis voor niets). De club zou dan wel Willem 1 heten. Zo kwam de eerste voetbalclub tot stand. 

    Gespeeld werd er in een wei (de schaapskooi in de Hoeve, of achter het fortuin) waar de koeien net uit waren. Lag er nog wat verse koeienstront, voor de spelers van beide elftallen was het risico even groot. De superieure techniek van de voetballers moest het nadeel van het slechte terrein goed maken. 

    Maar helaas met Willem 1 ging het niet zo goed. Spelers vertrokken of meenden dat ze te oud werden om hun schenen op het voetbalveld te wagen. 't Werd steeds moeilijker om een elftal op de been te brengen, en de club hief zichzelf op. De volgende jaren verliepen zonder dat er gevoetbald werd. 

    Maar toen de Heer G. van Oss hoofd werd van de jongensschool kwam daar verandering in. Hij stimuleerde het voetbalspel zijne jongens op de speelplaats. 
    Zo kreeg de Wanroijse jeugd de smaak van het voetballen te pakken.

  • R.K.V.V. Constantia

    Lees nu de originele tekst zoals geschreven staat in het eerste boek dat de historie van W.V.V. Constantia beschrijft. 
    De Heer Winand van de Hulsbeek schreef het volgende: 


    Laat ik thans mijn geheugen ontplooien om U naar vermogen de geboorte en de kindsheid van "CONSTANTIA" te beschrijven. Het was zaterdagmiddag 30 Mei van het jaar 1925. Op den grooten weg door de kom, voor het huis van koster Th. van de Kronenberg stonden twee oud-scholieren van Meester van Oss. Het waren vrienden van den voetbal, Thijs Prinssen en Tiny Tillemans. Hun gesprek was blijkbaar belangrijk, want met drukke gebaren lispelden zij tusschen hun tanden, voor het publiek onverstaanbare woorden. "Soort zoekt soort " want ziet, nauwelijks staan zij daar eenige minuten of een derde van hun soort in den persoon van Marinus v.d. Hoogen komt met volle zeilen van de Boxmeersche teekenles aangestoven, zijn schoen doet enkele meters ver over den grond het werk van een remblok, en we hebben den "dritte im Bunde"! Hij zag dat het gesprek over een belangrijk onderwerp moest gegaan zijn en al spoedig richt men zich tot hem. Wat denkt gij Marinus waar wij 't nu over hadden? Ook 'n vraag! Maar, lezer, laat me verder gaan. Aanstonds waagde spreker nog de stoute vraag: Wat dunkt je, als wij ‘ns een voetbalclub oprichten? Marinus voetbalhart schoot in volle vlam. Nou of ie! Hij de gewezen voetbalheld aan de school! Dadelijk werd besloten meer liefhebbers voor de zaak te zoeken. Reeds dienzelfden namiddag vermeerderde het opgeruimde troepje zich tot ± een tiental. 's Anderdaags, 1e Pinksterdag 31 mei 1925 na de Hoogmis werd met een man of 4, 5 uitgetogen naar Grave, en een paar uren later werd de eerste voetbal onzer vereeniging binnen de Wanroijsche grenzen gebracht. Na den middag waren vlug een paar boompjes uit de bosschen gehaald en goalen geplaatst in een weide tegenover v.d. Boogaard aan de Nor" een eindje achter den diepen kuil "den Hank". Een dertigtal, de meesten geheel onkundige sporters kon men daar dién middag bezig zien, om strijd het leer bemachtigend, op kosten van 35 ct voor lidmaatschap en een maatje zweetdruppels. Maar de pret duurde niet lang. Het veld was te klein en 't gevolg was, dat 't leder voortdurend in 't naastliggende roggeveld dorschte. De dienaar van politie was weldra ter plaatse en de eerste wettelijke vervolging der club geschiedde. De kloeke jongens, die iets op touw wilden zetten, lieten zich niet uit 't veld slaan, zoo min in letterlijken als in figuurlijken zin. Op 2e Pinksterdag, 1 Juni, zag men de jeugdige sporters in een nieuw gekozen terrein op de heide, dicht bij de z.g. "Bergen". Het leder hobbelde daar zoo heel vreedzaam enkele zondagen over de heidebloempjes, toen men begreep, dat er toch een bestuur noodig zou zijn. Aan de aanwezigen werd toen op 't veld een stembriefje uitgereikt en de meerderheid verkoos tot eerste voorzitter Piet v.d. Hulsbeek. De eerste secr.- penningmeester werd Cornelis Schuurmans. En verder werden den eersten keer bestuurslid: Marinus v.d. Hoogen en Mart Tillemans. Onder hunne leiding plukte de voetbal nog menigen Zondag namiddag de heidebloempjes, toen hij op 'n mooien Zondag in Augustus een paar studenten tot zich lonkte t.w. Wim Hendriks, Jan v.d. Hulsbeek en schrijver dezes. Men had ook ingezien dat 'n vereeniging zonder reglement niet bestendig zou zijn. Schrijver dezes stelde dan in onvolmaakte vorm enkele bepalingen tesamen die in een volgende algemene ledenvergadering ter vaststelling besproken werden. Dit reglement wilde voor onze vereeniging o.a. den naam "CONSTANTIA". Hij duidt aan, door zijn betekenis op "VOLHARDING". 

    Tot zo ver 'n gedeelte van het geschrevene betreffende de geboorte van " R.K.V.V. CONSTANTIA". Op de eerste algemene ledenvergadering in 1925 werd er een nieuw bestuur gekozen, en wel als volgt: Marinus v.d. Hoogen de nieuwe voorzitter. 
    Piet v.d. Hulsbeek secretaris-penningmeester, Wim Hendriks vice voorzitter en Cornelis Schuurmans z.q. Mart Tillemans bestuurslid. 

    In 1926 werd overgegaan tot de aanschaf van nieuwe tricots. 
    Er werd gekozen voor en groen/geel tricot. 


    Groen, de eerste kleur der vereniging is de kleur van CONSTANTIA, de volharding, de hoop. Geel, een mooi bijpassende kleur, een kleur van 's Pausen wimpel.

  • Eigen voetbalveld

    In 1931 krijgt Constantia een eigen voetbalveld. 

    Het terrein wordt feestelijk geopend met een wedstrijd tegen voetbalclub Voorwaarts uit De Weebosch (Bergeijk). "De vreemde sportbroeders worden in het patronaat getracteerd op  koffie en broodjes", meldt het Boxmeers Weekblad

    De wedstrijd eindigt in 0-0.